Dienst.

Er is iets.

Het is nacht en ik lig in mijn bed.

Waarom word ik wakker?

Ik weet niet wat er is.

Ik ben moe, ik moet slapen.

Toch is er iets.

Het is mijn telefoon.

O ja, ik heb dienst.

Ik moet opnemen.

Te laat.

Slaapdronken probeer ik op mijn mobiel het AMC terug te bellen. Terwijl ik dat doe hoor ik beneden nu de huistelefoon. Omdat ik mijn mobiel niet opnam probeert de centralist van het AMC waarschijnlijk nu mijn vaste telefoonlijn. Ik schiet uit bed en probeer zo snel als mogelijk, maar zachtjes om niemand wakker te maken de trap af te gaan naar beneden. Daar struikel ik, in het donker, over de poppen-kinderwagen van mijn kids die blijkbaar nog middenin de gang stond. Kabaal is het gevolg.

Ik neem de telefoon op. Het AMC inderdaad. Er volgt een kort gesprek met de artsassistent. Probleem opgelost. Ik doe de lichten uit en sluip weer naar boven, het is 04:30.

‘Pappa?’

‘Ja lieverd, ga maar slapen. Welterusten’.

‘Pappa, wat was er? Waarom ging de telefoon? Wat was die herrie?

‘Pappa’s werk belde. En ik struikelde over jouw poppenwagen. Maar ik ga nu weer slapen. Welterusten’.

Ik kruip in mijn bed. Mijn teen gemeen gestoten zonet. Nog even nadenken over de patiënt waar ik net over werd gebeld. Onthouden dat ik morgen nog iets nalees. Stilte.

‘Pappa?’.

‘ Ja schatje, zachtjes praten want mamma en je zusje slapen’

‘Ik kan nu niet meer slapen. Mag ik een filmpje kijken?

Ik zucht nog eens diep, fluister dat ik er aankom en doe mijn bedlampje aan. Bij het uitstappen zie ik een bloedvlek op het beddengoed: mijn teen opengehaald aan een poppenwagen. Welja. Mijn dochter blijkt het veel interessanter te vinden om mijn teen te verbinden dan om televisie te kijken. 10 minuten later gaan we allebei weer naar bed. Om 04:50 is het weer helemaal stil. Om 05:10 gaat de telefoon weer. Terwijl ik opneem en het AMC te woord sta hoor ik alweer “Pappa?”