Coach.

“De ene helft van Nederland adviseert de andere helft. Wie werkt er eigenlijk nog?” Dat zei mijn vader altijd wat cynisch toen ik puber was. Dat heb ik altijd onthouden. Vooral ook omdat ik die opmerking opmerkelijk vond, want wel beschouwd was hij zelf ook een adviseur. Het woord ‘consultant’ bestond toen nog niet, althans niet in Loosdrecht waar ik toen woonde. Mijn vader, een boerenzoon, had destijds een voorliefde voor mensen die echt wat tastbaars maakten: loodgieters, boeren, timmermannen en… onderwijzers. Dus niet voor adviseurs. Dokters, tja, die had je wel nodig, maar moest je ook een beetje wantrouwen. Dat vond mijn vader destijds en dat vindt hij volgens mij nog steeds wel. Al is hij ook wel trots op zijn beide zoons: een arts en de ander…. consultant!

Maar nu ben ik ten prooi gevallen aan de nieuwe moderne consultant van de laatste 5-10 jaar: de persoonlijke coach. Voor de goede orde: ik heb mijn coach zelf gevraagd dat te zijn voor mij, dus laat ik me niet als slachtoffer neerzetten. Maar toch, soms lijkt het alsof de ene helft van Nederland coach is van de andere helft. In ieder geval wel in Amsterdam. Er zijn zoveel mensen van wie ik hoor dat ze coach zijn geworden!

Mijn coach die kende ik voorheen niet, dat leek me namelijk wel zo handig. Die bijeenkomsten, daar heb ik gemengde gevoelens over. Ze is niet onaardig (integendeel), maar ik vind haar af en toe wel erg irritant, of in ieder geval haar vragen. Ik ga er dan altijd maar vanuit dat die irritatie komt, omdat ik eigenlijk geen antwoord weet op haar vragen (of het antwoord uit de weg ga). Of ik vind ze moeilijk. En ik hoop maar dat dat betekend dat mijn coaching-proces goed gaat.

Dus word ik nu telkenmale doorgezaagd. Wat wil ik eigenlijk? (antw: gelukkig zijn/bijven). Wat is geluk? (antw: weet ik veel, gezond blijven, kinderen gezond enzo). Waar word je dan gelukkig van? (antw: in een bruin cafe een bokbiertje bestellen met bitterballen, of mag je dat niet zeggen?). Is dat het belangrijkste? (antw: nee natuurlijk niet, maar ik word er wel gelukkig van). Hoe vaak sta je jezelf toe om in een bruine kroeg te zitten (antw: te weinig). Zou je dat dan niet vaker moeten doen (antw: pfff, vast, maar met die twee Garnalen van mij kan je niet echt lang relaxed in de kroeg hangen).

Ik lees her en der dat ik uit een generatie kom die alles kan worden/zijn, die geen zuil meer kent (socialistisch noch katholiek, liberaal noch dierenpartij) en daarom niet kan omgaan met al die mogelijkheden. Hoe te kiezen uit alles wat mogelijk is? Wat is het doel over 5 jaar? Ik ben al blij als ik bedacht heb waar ik met de zomer naartoe op vakantie ga.

Ik ben er eigenlijk achter gekomen dat ik geen doel heb voor over 5 jaar. Ik weet alleen maar dat ik dan 5 jaar meer ervaring heb als dokter (als ik dat dan nog ben). Dat ik een aantal goede dingen heb gedaan en een paar keer op mijn bek ben gegaan. Dat mijn beide kinderen dan op school zitten (zie ik nu al naar uit). En gewoon nog dezelfde partner heb (vast ouderwets maar zie ik ook naar uit). Maar waar ik niet over uit ben is of het slecht is dat ik geen vast omlijnd idee heb voor over 5 jaar. Of over 10 jaar. Of is dat juist niet verkeerd? Volgende week toch maar weer eens aan mijn coach vragen. Wordt vast weer een interessante sessie. Of een irritante?